Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
16 janvier 2015 5 16 /01 /janvier /2015 05:10

 

Een-trobairitzILL.jpg

Een Trobairitz

Over katharen en troubadours verschenen op Mededelingen reeds enkele bijdragen (1). In ‘Trobairitz: dames-troubadours’ behandelde ik het fenomeen van vrouwelijke troubadours. Het lange sirventès of dienaarslied van Gormonda de Monpeslier is het enige dat onder haar naam tot ons is gekomen. In alle opzichten is het exceptioneel voor haar tijd. Het wordt beschouwd als het eerste politieke gedicht dat door een vrouw werd geschreven.

Omdat het alludeert op de dood op 8 november 1226 van de Franse koning, Lodewijk VIII kunnen we met zekerheid stellen dat het werd geschreven tussen 1226 en 1229, het jaar van het Verdrag van Meaux. Het is een heftige repliek tegen de sirventès van Guilhelm Figueira, het is aan hem gericht en tegen de ketters. Strofe voor strofe herneemt zij zijn lied, imiteert het rijmschema en de rijmen maar in omgekeerde zin, dus tegen de ketterij. Het begint met een lofzang op Rome en terzelfder tijd richt zij haar verwijten aan haar vijanden: de troubadour Figueira en ketters. Volgens haar is het zelfs door deze laatsten dat de hoofse waarden verdwijnen. Totz bos faitz cortes e.ls encausse’ e.ls enserra.

Pegz de Sarrazis e de plus fals coratge/ Hereties mesquis son. Qui vol lur estatge,/ Ins el foc d’abis va se.n loc salvatge/ En dampnatio.

Zij verwijt Rome dat deze niets onderneemt tegen de Saracenen, de ketters echter zijn nog slechter. Dit kadert in de door Bernardus van Clervaux (1090-1153) gevormde katholieke visie op ketterij. Heresie komt van het Griekse woord hairesis(αἵρεσις) wat ‘keuze’ betekent. Zich doelbewust van het orthodoxe geloof afkeren was een zwaarder vergrijp was dan ongeloof. Zij weerlegt stuk voor stuk de aantijgingen van Figueira tegen de Roomse kerk zoals Le Sac de Béziers (juli 1209) waarin hij deze van christenmoord beschuldigd. Dit is voor Gormonda geen valabel argument want ze waren allemaal ketters. Trouwens Si no.s pess’en pas / Non es chrestias/ ….Totz es fols e vas. Ketters zijn gluiperig en verdorven en behouden in het geheim steeds hun geloof. Zij preciseert echter deze nergens. Het is dus waarschijnlijk dat niet enkel de katharen worden geviseerd. Fals heretges quetz,/ Que non temon vetz. Zij constateert dat dezen nooit een mirakel hebben verricht, een bewijs dat de ketterij niet deugd. Qu’anc negus vertutz non fe. Heftig, haast fanatiek valt zij de ketters aan. Enthousiast verdedigt zij het spirituele en absolute gezag van de katholieke kerk en rechtvaardigt de repressie.

Men kan aannemen dat Gormonda de Monpeslier door het imiteren van de Sirventès van Figueira in combinatie met haar kennis van de politieke gebeurtenissen een niet verwaarloosbare eruditie bezat. Het is eveneens mogelijk dat de katholieke clerus zijn boodschap in de volkstaal heeft willen overbrengen om zo de ketterse middens te bereiken die het Occitaans en niet het Latijn gebruikten. Misschien stond zij dicht bij de mentaliteit van de Dominicanen aan wie de Inquisitie was toevertrouwd.

Frank DE VOS

http://mededelingen.over-blog.com/article-katharen-van-ketters-naar-anders-denkenden-119825223.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-katharen-theo-venckeleer-en-zijn-uit-de-hand-gelopen-licentiaatsthesis-i-124329353.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-katharen-theo-venckeleer-en-zijn-uit-de-hand-gelopen-licentiaatsthesis-ii-124333894.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-troubadours-het-engagement-van-een-poetische-avant-garde-124224847.html

*

Hertalingen:

Zij jagen op alle goede hoofse dingen en sluiten ze op

Slechter dan Saracenen en met vals hart

Wanneer men aan vrede denkt is men geen christen….Men is zot en vals

De mentaliteit van een Sarraceen , en met een heel slecht karakter zijn ketters onbetrouwbaar. Wie hun verslaan wil gaat naar het vuur van de afgrond in een wilde plaats, in de verdoemenis”.

Omdat zij nog nooit enige deugdelijke daad (mirakel) stelden.

Partager cet article
Repost0
15 janvier 2015 4 15 /01 /janvier /2015 14:05

 

Miel-Vanstreels.JPGMiel Vanstreels

Lange tijd is er door de meeste dichters met dedain gekeken naar de wielersport. Gaandeweg echter is dat bijgedraaid. Dat bleek al uit de kloeke bloemlezing De honderd mooiste wielergedichten uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur van Patrick Cornillie, die nu zelfs al aan een tweede druk toe is. Tot de pioniers in de ‘wielerpoëzie’ behoort – naast onder meer Paul Rigolle en Willie Verhegghe – beslist Miel Vanstreels (° 1951, Godsheide). Sinds hij op zijn elfde zijn eerste racefiets kreeg is Vanstreels (‘ook al wordt hij al meer dan een halve eeuw op zowat iedere berg door zowat iedereen uit de wielen gereden’) een verwoed wielertoerist. Ter gelegenheid van de nadering van zowel Gedichtendag als de Omloop Het Nieuwsblad vergast hij liefhebbers van zijn werk op Rijmend de berg op, een charmant klein hebbedingetje met zestien wielerrijmpjes.

Rijmend de berg op

Wie kan ik aanroepen / op de Croix de Fer // welke heilige / is hier populair? is er een aardig voorbeeld van. Nog een: Geen mens te zien / op de Galibier // twee gieren cirkelen / gezellig mee. Vanstreels is in zijn humor ook genadeloos eerlijk: Wat deed Miel V / op de Redoute? // hij stapte af / en ging te voet. Dit is een aanradertje voor de ware liefhebbers.

Miel Vanstreels onderhoudt de blog  www.fietsvarianten.blogspot.com

*

Rijmend de berg op, Miel Vanstreels, een uitgave van Haute Folie, Maastricht, 2015, ISBN 9789081114509, € 3,50

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
15 janvier 2015 4 15 /01 /janvier /2015 03:03

  Zwaan--Peter-de--Bob-Bronshoff-.jpg

Peter de Zwaan (foto: Bob Bronshoff)

Vorig jaar had ik het al gehoord, maar ik was vergeten het in mijn hoofd op te slaan in de afdeling ‘column over maken’. Dat komt er van als je druk bent met serieus werk, je vergeet de leuke dingen zoals korte stukjes schrijven.
Ruim een maand geleden hoorde ik het van drie collega’s, kort achter elkaar, maar nog daalde het niet in.
Vanmorgen dacht ik eraan omdat ik in een krant een stuk las waarin de vraag centraal stond waarom mensen rond
Ernst Jansen Steur de neuroloog niets in de weg legden toen hij patiënten tot wanhoop, armoede en, in één geval, de dood dreef.
Toen pas schoot me te binnen dat ik een nest had bevuild.
Het nest van Cargo, onderdeel van De Bezige Bij.
Ik wist niet dat ze een nest hadden, maar blijkbaar is het er en het is vervuild.
Mijn schuld.
Ik hoop dat het schoon is te krijgen en als er een werkster door overspannen raakt, wil ik met plezier iets bijdragen in de kosten, al was het maar om het schuldgevoel kwijt te raken.
Ik schreef
De Loverman, de misdaadroman waarin ik afreken met de mensen die Jansen Steur jarenlang zijn gang lieten gang. Ik deed zelfs (op verzoek) iets wat ik nooit eerder had gedaan: toen de eerste versie op papier stond, stuurde ik die naar de uitgeverij: ‘Kijk, zo wordt het ongeveer, wat vind je ervan?’
Geen enkele reactie.
Die kwam wel toen het boek af was.
‘Prachtig boek,’ ik citeer letterlijk, ‘maar niet commercieel genoeg.’
Als een uitgever je boek niet goed genoeg vindt, kun je er over praten. Als hij het niet commercieel genoeg vindt, kun je dat ook, maar dan moet je niet
Peter de Zwaan heten. Ik schrijf boeken, ik schrijf geen commerciële boeken, daar hebben we Suzannes Vermeer voor.
Ik zei zoiets als: ‘Oké, dan niet,’ en ging mijn eigen weg. Achter op
De Loverman zette ik ‘Prachtig boek, maar niet commercieel genoeg.’ Helemaal de waarheid. Geen woord gelogen.
Werden ze heel boos door, bij Cargo.
Ik had het eigen nest bevuild.
Eigen nest?
Als je weg bent, is het je nest niet meer. Dan is het nest van een ander en laat die maar zorgen dat het op orde blijft.
Dat ik het er hier over heb, is omdat het natuurlijk wel een beetje godgeklaagd is. Een uitgever negeert volkomen dat je je een jaar lang het schompes hebt gewerkt, zegt dat hij het niet zal publiceren omdat het niet commercieel genoeg is en wordt daarna boos als je laat merken dat je dat niet leuk vindt.
Ik heb De Bezige Bij altijd de beste uitgeverij van het land gevonden en ik vind dat nog steeds. Ik ben groot geworden met de prachtige boeken die in de jaren vijftig, zestig, zeventig verschenen:
Apie Prins Ik ga m’n eige baan, Simon Vinkenoog VogelVRIJ, C.B.Vaandrager De hef. Er waren er meer, veel meer. Ik heb ze nog steeds, en ik weet wel zeker dat ze destijds bij De Bezige Bij niet riepen: ‘Hoi, kassakrakers’.
Als de geest van nu toen had geheerst, was veel moois niet verschenen.

Peter DE ZWAAN


Peter de Zwaan (1944, Meppel) heeft tientallen publicaties op zijn naam staan, misdaadromans en jeugdboeken. Voor acht van zijn thrillers werd hij genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek. Met Het Alibibureau won hij in 2000 die prijs. In 2013 verscheen zijn nieuwe thriller De Loverman bij zijn eigen uitgeverij Zwarte Zwaan. Vorig jaar publiceerde uitgeverij Conserve In mijn hoofd  een roman over alzheimer. De Zwaan werkt aan een nieuwe Jeff Meeks-thriller, getiteld De dwergbowler.

www.peterdezwaan.nl

Partager cet article
Repost0
15 janvier 2015 4 15 /01 /janvier /2015 02:17

CartoonJanCharlie

Partager cet article
Repost0
15 janvier 2015 4 15 /01 /janvier /2015 01:18

 

VERMEERSCH.jpg

Prof. em. dr. Etienne Vermeersch

Woensdag 14 januari, 7u15 – We stappen op dit ontiegelijk uur binnen bij mijn krantenman. Nog goed en wel een stap in de richting van zijn toog gezet of de man roept me toe: ‘Il n’y en plus!’ –  Oplage 3 miljoen exemplaren en een kwartier na opening heeft hij geen exemplaar meer van Charlie Hebdo. Is dan de helft van de inboorlingen van Parijs voor dag en dauw opgestaan? – Bizarre! Merde, merde, merde! ‘Demain, il y a des nouveaux,’ zegt hij, en hij moet het herhalen tegen twee nieuwe klanten die ik in het buitengaan passeer.
Terug op mijn kamer op de Cité Universitaire bel ik mijn hersens op, bijgenaamd Etienne Vermeersch. ‘Wat is er gebeurd?’ vraagt hij. ‘Heb je geen mooie Parisienne dat je mij uit mijn bed belt?’ – Ik leg hem de reden van mijn vroege oproep uit en hij is een en al begrip. Mede omdat hij me gevraagd heeft een exemplaar voor hem te kopen. De voorbije dagen ben ik overstelpt met mails en sms-en om een exemplaar te versieren. Naar verluidt zijn er maar een beperkt aantal exemplaren voor België voorzien. Hetzelfde geldt voor Nederland. Een Amsterdamse vriend wist me gisteren te vertellen dat hij alvast een exemplaar bij Atheneaeum Nieuwscentrum op het Spui was gaan reserveren. ‘Te laat, maat,’ zei de verkoper. ‘En ze hebben alvast betaald om zeker te zijn dat ze er een zouden bemachtigen van dit ongetwijfeld historisch  nummer.’ Hij wist er nog bij te vertellen, de verkoper, dat er maar 500 exemplaren voorzien zijn. De normale wekelijkse oplage voor heel Nederland. La France d’abord!
Nu ik Etienne toch aan de lijn heb verzin ik snel een vraag. Ik moet toch wekelijks enkele artikels schrijven om mijn maandelijks zakgeld van de Meiboom in Roeselare te kunnen plukken. Is het geen oprisping dan een recensie of een boekbespreking of twee.
‘Toen ik al die wereldleiders op een rijtje zondag zag staan, professor, met in het midden François Hollande, bekroop me het gevoel van een karrevracht hypocrisie die ze op de Place de la République hadden uitgekiept! Heb ik gelijk of heb ik gelijk?’ ‘Overschot van gelijk, vroege vogel,’ zei mijn vriend, een slok koffie slikkend en vervolgens vreselijk moest hoesten.
‘Wees een beetje voorzichtig, Etienne,’ hoorde ik zijn vrouw Josianne op de achtergrond roepen.‘
‘Ik ben niet onvoorzichtig!’ reageerde hij. ‘Het is onze vriend Lauwaert die onvoorzichtig is.’
‘Wel, zeg hem dan maar dat hij niet welkom is op je uitvaart als hij je een tweede maal zo vroeg belt. Zelfs niet op de achterste rij.’
Het gevaar en het dreigement moesten het blijkbaar afleggen tegen de wijsheid, want Etienne wendde zich weer tot mij. ‘L’hypocrisie est un hommage que le vice rend à la vertu. Vrij vertaald: De hypocrisie is een eerbetoon van de ondeugd aan de deugd. In verband met de parade van vorige zondag zou ik daar willen aan toevoegen, dat men zich deugdzaam voordoet, omdat men het niet is. Zeker als men met de deugdzaamheid pronkt. En dat was maar al te duidelijk te merken op de tv. De hypocrisie moet men zien als een schijnvertoning, een soort leugen, een vermomming om de tegenstrever te misleiden door een toestand te simuleren, die niet met de werkelijkheid overeenstemt.’
Ik wilde de hooggeachte vriend al bedanken voor zijn medewerking en de rode toets van mijn mobiel toestel indrukken, toen hij ingreep.
‘Héla, beste vriend. Wat ik zonet heb gezegd geldt niet voor iedereen, maar de grote meerderheid stond er toch om zijn politieke waarde. Terwijl men een week geleden Charlie Hebdo  niet doorbladerde… of zelfs niet eens kende. Wat bijvoorbeeld het geval is met de hele staf, van hoog tot laag, van het Witte Huis. Toen men in Washington zondagavond, het was daar toen middag, besefte welke emotie de aanslag bij de Fransen verwekte, verontschuldigde Obama zich openlijk omdat Amerika geen vertegenwoordiger van formaat naar Parijs heeft gestuurd. De afwezigheid kwam over als een zoveelste minachting voor Europa. Zo. Bent u hier wat mee, waarde vriend?’
‘Zeer zeker professor. Ik dank u zeer, uit eigen naam en uit naam van de hele redactie, al weet ik niet of die al wakker is. Ik denk echter niet dat een van hen me zal terugfluiten.’
‘Voor de duidelijkheid, beste Guido. De stelling waarmee ik mijn verklaring begon, is niet van mij maar van François de La Rochefoucauld, een vermaard Franse moraalfilosoof, die geboren is in 1613 en gestorven in 1680. Hij is vooral bekend om zijn Réflexions ou sentences et maximes morales, door de meeste collega’s samengeperst tot Maximes. Hij was, niet onbelangrijk om zijn werk te plaatsen en duidelijk te begrijpen, een vriend van Jean de La Fontaine. Hij heeft niet alleen fabels geschreven, maar ook verhandelingen, waarvan er één zeer antiklerikaal werd bevonden en een discussie van jewelste heeft veroorzaakt. ‘
Verbazend hoe die man van respectabele leeftijd, nog niet gewassen en geschoren en zich verslikkend in zijn koffie, zulk helder en uitgebreid college kan geven op de eenvoudige vraag van een simpel man, die niet zonder Google of naslagwerk kan. Op welk moment van de dag of nacht dan ook.
Guido LAUWAERT,
Parijs, 14 januari.

 

Partager cet article
Repost0
15 janvier 2015 4 15 /01 /janvier /2015 00:33

 

van-herreweghen.jpg

De onvolprezen dichter Hubert van Herreweghen publiceerde meer dan vijftien dichtbundels en enkele bibliofiele uitgaven. Steeds opnieuw wist hij de lezer te verrassen met almaar krachtiger gedichten. Hij ontving talrijke literaire prijzen, waaronder de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies.

Hubert van Herreweghen viert zijn verjaardag met de publicatie van een nieuwe dichtbundel, De bulleman en de vogels, een uitgave van P te Leuven.

Presentatie op zondag 1 februari 2015 om 16 uur in de kapittelzaal van de Abdij Keizersberg, Mechelsestraat 202 te 3000 Leuven.

Partager cet article
Repost0
8 janvier 2015 4 08 /01 /janvier /2015 18:09

 

DSC09682.jpg

Theo Venckeleer

Ieder zijn Middeleeuw” was de intrigerende titel van de lezing van prof. em. Theo Venckeleer voor de eerste, druk bijgewoonde lezing van 2015, voor de Culturele Vriendenkring Exlibris. De spreker drukte de vrees uit dat wij, elk van ons, de Middeleeuwen zullen blijven benaderen vanuit een strikt persoonlijke en geconditioneerde visie. Tijdens zijn academische loopbaan heeft hij twee domeinen geëxploreerd: de evolutie die de Franse taal heeft gemaakt van Latijn tot wat ze nu is, en de studie van op schrift gestelde documenten, met speciale aandacht voor de middeleeuwse teksten. Hij voert, en dit nog steeds, een zoektocht naar de wijzigingen in het wereldbeeld van groepen en maatschappijen en komt tot de vaststelling in de historiografie vaak wordt gevarieerd op gekende thema’s waarbij mythen als feiten worden beschouwd, en gelukkige formules het vertrekpunt van standaardinterpretaties worden. ( Dan Brown – De Graallegende, Umberto Eco – de Inquisitie). Objectieve geschiedschrijving verzandt meestal in “des ideées reçus” en het beeld dat wij ons vormen van vroegere periodes is vaak gekleurd door vooroordelen enz. Venckeleer verwijst hier ook naar het collectief geheugen dat grotendeels onbewust is overgeleverd. (De zondvloed, de Guldensporenslag enz.)

Wij hebben de geschiedenis opgedeeld in chronologische periodes die algemeen aanvaard worden. Onze kennis van de Middeleeuwen berust grotendeels op geschreven bronnen. Maar deze boeken werden voortdurend overgeschreven, telkens met de onvermijdbare fouten en verdraaiingen van de feiten. De orale overlevering, het vertellen, was ook een bron van overdracht. Wat overgebleven is zijn documenten die grotendeels verzorgd en bewaard werden in klerikale middens. Volgens Theo Venckeler bevindt zich in Italië in de “coventi soppressi” nog een schat aan informatie, waaraan toekomstige filologen nog jarenlang werk kunnen hebben.

Een ogenschijnlijk onbelangrijk taalkundig gegeven heeft Theo Venckeleer jaren geleden aan het denken gezet. De aanleiding was het boek van Huizinga Herfsttij der Middeleeuwen waarin de auteur beweert dat er een onmisbare continuïteit is in het wereldbeeld van de vijf eerste eeuwen van het tweede millennium en dat dit bleek uit het taalgebruik. Theo Venckeleer heeft dan hierover een zeer uitgebreide vergelijkende studie gemaakt aan de hand van namen die in verschillend formules voorkwamen in verhalen en chanson. Hij ziet een evolutie in de kwalificaties die aan de beschreven personen gegeven worden. Daarin ontdekt men een mentaliteitsverandering, er wordt niet alleen een beschrijving gegeven, men nuanceert en oordeelt ook.


Mieke De Loof, René Broens en prof. Walter Simons

Theo Venckeleer besluit met de boodschap dat niets ons moet beletten om individueel de periode te benaderen vanuit onze eigen ervaringswereld en Tristan en Isolde te lezen als een fatale liefdeshistorie of een ongelijkzijdig triootje, Parsival als een heilsboodschap of als de jeugd van een naïeveling die tegen alles opbotst, en waarom niet de Reynaert als een politieke persiflage of als een karikatuur van de heilsboodschap volgens Johannes. (Met een knipoog naar René Broens...)

Joke VAN DEN BRANDT

Foto’s: Frank Ivo van Damme

Partager cet article
Repost0
7 janvier 2015 3 07 /01 /janvier /2015 15:32

 

"Wie geen respect heeft voor de taal van een volk,

respecteert ook dat volk niet." (Frans Depeuter)

"Wie niet nauwkeurig is in hoé hij iets zegt,

kan evenmin nauwkeurig zijn in wát hij zegt." (Frans Depeuter)

 

Je kent toch Elke Sleurs? Elke is sinds 11 oktober 2014 Staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een Beperking, Bestrijding van de Fiscale Fraude en Wetenschapsbeleid. Dat is een hele sacoche vol, maar daar deinst een potig dametje niet voor terug, o nee.

Overigens, Elke is 'gedreven', zoals elke politicus. Zowel inzake prenatale echografie en euthanasie als de ontwikkeling van de nieuwe draagraketten Ariane 6 en Vega-C laat ze van zich horen. En mitsgaders is ze draagster van een sociale betrokkenheid die haar "van thuis uit met de paplepel werd ingegeven", zegt ze.

Maar nu heeft Elke geblunderd, en nog niet zo'n klein beetje. Van de PS had ze al uit de emmer gekregen dat haar beleidsverklaring over fiscale fraude te ideologisch gekleurd zou zijn, en nu ligt haar "algemene beleidsnota omtrent personen met een beperking" weer in de modder. Niet zozeer om wát erin staat, maar om hoé het er staat. De Nederlandse basistekst werd vertaald in "français avec des cheveux sur", jawel.

Wat er fout gelopen is, daar hebben we het raden naar. Maar dát er wat fout gelopen is, staat "comme un poteau au-dessus de l'eau". Heeft zij de Nederlandse versie gewoon door Google Translate gehaald? Of waren de tolken allemaal in staking wegens wanbetaling? Of is Elkes kennis van het Frans dan toch zo belabberd?

Nee, dat laatste weigeren we te geloven. Om het tot staatssecretaris/minister te schoppen moet je méér verstand hebben dan een konijnenstaart. Hoewel… er zijn bewijzen voorhanden dat een IQ van rond de 100 al ruim voldoende is. Maar in aanmerking genomen dat Elke tevens arts en gynaecologe is en een bijkomende specialisatie behaalde aan de Michigan State University, mogen we veronderstellen dat de vertaling "est couru de la main".

Hoe dan ook, het gebezigde taaltje dat Elke de wereld inzendt, is schabouwelijk. Niet verwonderlijk dat het onze naaste buren "a chassé sur l'armoire". De nota barst van de fouten: grove spel- en grammaticafouten, rampzalige zinsconstructies, te letterlijke vertalingen, verkeerde woorden, noem maar op. De in elkaar geflanste tekst neemt een loopje met de meest elementaire regels van de Franse taal. De overeenkomst van adjectieven en participes, de vervoeging van het werkwoord, het verschil tussen participe en infinitief, tussen adjectief en bijwoord, tussen de betrekkelijke voornaamwoorden qui en que, tussen verbes pronominaux en non-pronominaux, het gebruik van de samengetrokken lidwoorden, kortom tegen zowat alles wat fouten kan genereren, worden met verbluffende nonchalance fouten gemaakt.

Een paar voorbeelden mogen volstaan:

Mes collègues qui sont compétent

une politique coordonné

les règles actuel

cette collection devrait être fait…

Le nombre des cartes de stationnement qui expire

Je demande d'élaboré une proposition

les dirigeants politique et administratifs

La réforme de la loi de 1987 et son exécution sera concentrer

un savoir-faire qui, par exemple, les accompagnateurs des ateliers protégés possèdent

au thématiques

je vais se joindre à eux

aux secrétaire d'État précédent

Cette loi est devenu datée

nous avons tout d’abord donner la priorité

Est-ce que les données reçues?

Pour qui est l’échange de données n’est pas géré?

le principe "Handistreaming" perpétue

la suivi sera assuré

etc.

Of zullen we een paar langere citaten onder de loep nemen?…

"Begin 2015 wordt een vergadering georganiseerd waar onder meer de aanbevelingen overlopen en toegewezen zullen worden en ook besproken zal worden hoe de opvolging verzekerd zal worden. Het coördinatiemechanisme dat bij de FOD Sociale Zekerheid opgericht werd, zal hierbij de inhoudelijke coördinatie verzekeren." – Dat wordt: "Une conférence sera organisée en début 2015 où, entre autres, les recommandations vont être débordant et assignés et discute aussi comment la suivi sera assuré. Le mécanisme de coordination mis en place par la SPF Sécurité Sociale, ce sera d'assurer la coordination du fond."

"Dergelijke ingewikkelde effecten, die moeilijk begrijpbaar zijn en derhalve een impliciete werkloosheidsval vormen, lijken mij enkel te kunnen worden weggewerkt door een sterke vereenvoudiging van de reglementering." – Dat wordt: "Ces effets complexes, que sont difficiles à comprendre et par conséquent une forme de piège du chômage implicite, me paraissent pouvoir être enlevée que par une forte simplification de la réglementation."

"Om er voor te zorgen dat iedere persoon met een beperking krijgt waar hij recht op heeft zonder veel administratieve overlast, wil ik werk maken van administratieve vereenvoudiging." – Dat wordt: "Pour s'assurer que chaque personne handicapée obtient ce qu'il a le droit sans beaucoup des inconvénients administratives, je veux travailler sur la simplification administrative."

Jaja, hoor ik de Vlaamse diehards al zeggen, jaja, maar wij hebben al zo lang draken van officiële teksten te lezen gekregen die vertalingen waren uit het Frans in een kreupele kromtaal. En gelijk hebben ze, dat wel. Ik herinner me hoe de burgervader van de Brusselse baronie Sint-Gillis, Charles Picqué, de Nederlandstalige kinderen voor een feestje inviteerde met een uit het Frans 'vertaalde' brief, die zo klonk: "Jij woont in Saint-Gilles en jij heeft tussen 3 en10 jaar. Ons nodigen je uit op de heruitgave van het Feest van de Kinderen dat op het thema van dieren zal plaatsvinden. Bij deze gelegenheid zal de Stadhuis van gangmakers en acteurs binnengedrongen zijn om het feest te doen. (…) Verschillende verrassingen wachten je op en een voorstelling definitief alles in kleuren.” En als uitsmijter: “Hopend je te ontmoeten er, verzoek ik om te aannemen mijn bijzondere hoogachting.”

Maar toch… het is niet omdat de Franstalige politici, met Di Rupo op kop, de vleesgeworden verkrachting van het Nederlands zijn, dat Vlamingen nu hun reputatie van zeer goede meertaligheid te grabbel moeten gooien.

De taal van Molière is mooi, punt uit, glanzend, sierlijk. Heel wat fraaier zelfs dan de taal van Vondel, uitstekend geschikt voor literaire producten, 'oraisons funèbres' en 'discours politiques'. Uiteraard vragen wij van onze politici geen literair stuk, maar een correcte tekst zou wel mogen, veel meer dan de miljarden transfers van noord naar zuid is dat een uiting van respect (die ons bovendien niets kost).

In plaats van een nota voorPersonen met een Beperking lijkt de vertaling veeleer een nota vanPersonen met een Beperking. 'Chaque Ornières', zoals Elke Sleurs volgens Google Translate heet, "a frappé une figure ridicule", zoveel is zeker.

Frans DEPEUTER

P.S. Wie in een Vlaams privébedrijf in een dergelijk schabouwelijk Frans de klanten aanschrijft krijgt stante pede een C4 of wordt in de eerste plaats niet eens aangenomen. De staatssecretaris heeft in de Kamercommissie sorry gezegd, met het excuus dat haar medewerkers verkeerdelijk een kladversie van haar beleidsnota hadden ingediend. Alsof een kladversie die bulkt van de fouten, een bewijs is van hoogstaande professionaliteit…

Partager cet article
Repost0
6 janvier 2015 2 06 /01 /janvier /2015 23:17

 

Op zoek naar een roman van Christian Signol in Le Somail, een schilderachtig plaatsje aan het Canal du Midi in de Languedoc, stootte ik in een even schilderachtige boekenschuur op Troubadours et Cathars en Occitanie Médiévale, een verslag van een colloquium dat plaats vond in augustus 2002 (1). In de encyclopedie van de Mededelingen van het CDR verscheen reeds een artikel over troubadours.(2) In haar bijdrage La poésie des trobairitz gaat Gwendoline Hancke dieper in op het voor mij voorheen onbekende fenomeen van vrouwelijke troubadours in de Languedoc.

Troubadours-et-Cathares.JPG

 

Deze trobairitzzijn een uitzonderlijke verschijning in de hoofse poëzie van het middeleeuwse westen. We vinden ze uitsluitend in de Occitaanse lyriek. De term trobairitzwerd door henzelf niet gebruikt. Hij komt evenmin voor in de Vidas of biografieën noch in verhandelingen over grammatica en poëzie uit de dertiende en veertiende eeuw. Het woord verschijnt de eerste maal in de Roman de Flamenca die in het Occitaans door een onbekende troubadour aan het hof van de heren van Roquefeuil na 1287 werd geschreven. Rond 1170, vanaf de derde generatie mannelijke collega’s duiken zij op. Hun literaire activiteit duurt tot ongeveer 1260.

Onlangs struinde ik opnieuw door De Waanzinnige Veertiende Eeuw  van de grote historica Barbara Tuchman (1912-1988). Ze formuleert er haar wet, de Wet van Tuchman: ‘Het vastleggen van een gebeurtenis vermeerdert ogenschijnlijk de omvang van elke (betreurenswaardige) ontwikkeling vijf tot tienvoudig’. (3) Veelvuldig gebruikt ze ‘mogelijk’ en ‘waarschijnlijk’, twee nederige woorden die elke historicus steeds in het achterhoofd moet houden. Het chronologisch kader dienen we dus met het nodige voorbehoud te lezen. Van vele sirventes of ‘liederen van de dienaars’ is de datering onzeker. Bovendien weten we niet of het grootste deel van hun literaire productie effectief tot ons is gekomen. Er blijven dus meer vragen dan antwoorden.

 

Valer de deu mos pretz et mos paratges / et ma beutaz e plus mos fis coratges. (4)

 

De belangrijkste trobairitztot nu toe gekend zijn: Alamanda de Castelnau, Azalais de Porcairagues, Maria de Ventadorn, Tibors, Castelloza, Garsenda de Proença, Gormonda de Monpeslier en Beatriz Comtessa de Diá.

Comtessa-de-Dia-copie-1.jpg

Beatriz Comtessa de Diá.

 

Waarschijnlijk behoorden zij tot de hoge adel. Enerzijds kunnen we niet alle dichteressen met zekerheid identificeren, anderzijds is dit deels gebaseerd op de vidas van troubadours waarin een achttal trobairitz van goede afkomst met grote eruditie worden vermeld. Feit blijft dat zij samen met hun mannelijke collega’s aan de adellijke hoven met hun cours d’amours verbleven.

Omwille van deze adellijke context stelt Hancke de vraag of deze trobairitz tegenover de adellijke dames in Noord-Frankrijk en andere Europese landen een superieur sociaal statuut bezaten. Of namen deze dameshet woord als compensatie voor hun situatie die ongunstig evolueerde? In tegenstelling tot hun collega’s in het noorden, erfden de Occitaanse edelvrouwen op voet van gelijkheid met hun broers de bezittingen van hun vader. Vanaf de twaalfde en dertiende eeuw zien we dat door de renaissance van het Romeins recht, deCodex Justinianus zowel op het vlak van erfenis als huwelijksrecht hun situatie verslechtert. Pas wanneer ze douairièreof adellijke weduwe worden kunnen ze volledig over hun bruidsschat beschikken en worden ze economisch onafhankelijk.

 

E sabia bien trobar et fazia bellas coblas et amorosas. (5)

 

 Volgens Gwendoline Hancke zijn er tussen drieëntwintig en zesenveertig liederen bewaard gebleven, een ruime marge. In tegenstelling tot de troubadourspoëzie waar de vrouw de passieve rol van Domna vervult, is er bij de trobairitzeen rollenconflict. Langs de ene zijde bezingen en geven zij zich over aan hun geliefde, langs de andere zijde behouden zij hun statuut van Domna.Het klassieke schema van drie personages: de troubadour, de Domna en de lauzengier of lasteraar vinden we bij hen eveneens terug. Door dit contradictorische rollenpatroon is zij enerzijds de Domna die het hof wordt gemaakt en anderzijds een actieve vrouw die zelf versiert. Op enkele punten wijken zij af: de natuuringang tijdens het begin van de lente en de trobar clus of de gesloten, meer obscure stijl van troubadours. Zij gebruikten meer negatieve woorden zoals non, ni, anc, niens, nulhs. Hun stijl is directer, met minder woordspelingen, kent een eenvoudiger rijmschema en is steeds in de verleden tijd gesteld. Door de regels niet zo nauw te nemen rijst ook hier de vraag naar de vrijheid die deze dames namen en of dit in een meer realistische visie op de liefde kaderde, zij deze soms parodieerden. Soms wordt de liefde niet verborgen (het celar). Zij wilden hun amants bij zich en kenden niet de liefde van verre, de ultieme vorm van de fin’d’amors. In enkele gedichten beklagen zij zich hun zwangerschap, verzetten ze zich tegen kledijvoorschriften of reageren ze tegen vrouwenhaat; thema’s die we in de poëzie van troubadours niet terugvinden. De sensualiteit van de Trobairitz, besluit Hancke, is een niet reële, gedroomde sensualiteit.

Frank DE VOS

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-christian-signol-120042154.html

Troubadours et Cathares en Occitanie Médiévale, Actes du colloque de Chandelade (24 er 25 août 2002) L’Hydre éditions 191 blz ISBN 2.913703.

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-troubadours-het-engagement-van-een-poetische-avant-garde-124224847.html

 

De Waanzinige Veertiende Eeuw,Barbara Tuchman , Elsevier 1980, 744 blz ISBN9789010029065

 

Ik moet mijn prestige en mijn afkomst doen gelden/ en mijn schoonheid en meer nog in mijn hart.

 

En zij kon goed dichten en maakte mooie verzen over de liefde.

Partager cet article
Repost0
4 janvier 2015 7 04 /01 /janvier /2015 21:29

 

DeWolken

Op 30 december had ik het hier over dagboekaantekeningen van Hugo Claus gepubliceerd door Mark Schaevers in De Wolken (Amsterdam, Bezige Bij, 2011).

http://mededelingen.over-blog.com/article-henri-floris-jespers-aantekeningen-claus-over-sterckx-en-van-hoeck-125297898.html

*

Na Piet Sterckx en Jozef van Hoeck, kwamen in het dagboek 1958 ook Jan Christiaens (8 mei 1929-12 november 2009) en Ben Klein (° 1928) aan bod:

'Theedrinken van Jan Christiaens gezien en opnieuw getoetst aan mijn werk natuurijk, gefroisseerd omdat ze hem het meest 'avant-garde' noemen. Ik vond er de allergemakkelijkste situaties in, de twee zeikende oudjes, regelrecht met hun manier uit Ionesco weggelopen, de twistende saboteur en de regime-partizane zo uit Colette Audry, Sartre, noem maar op. Hier en daar een flits, die op een soort studententikoze nonchalance uitdraait. Verder elektronische muziek en zeemzoet gedeclameer. Ben ik dan meer avant-garde met mijn niet loslatende realistische ondergrond? Nee, ik wil ook niet dit soort avant-garde begeren te zijn. Onhandig uitgedrukt, maar snel.'

Jan Christiaens (8 mei 1929-12 november 2009) In 1949 deed hij zijn verplichte legerdienst en ontmoette er Fernand Auwera, Jan Christiaens en Hugo Claus (alle drie ook in 1929 geboren). In 1950 is hij één der initiatiefnemers (met Fernand Auwera en Jan Christiaens) tot het oprichten van de kunstenaarsvereniging De Nevelvlek, waarvan hij in 1951 het voorzitterschap van Frans Buyens overneemt. De Nevelvlek, waar ook Hugues C. Pernath en Gust Gils actief waren, organiseerde lezingen en discussieavonden, bood een platform voor beeldende kunsten (Jan Dries, Vic Gentils en Jef Verheyen), muziek en toneel en richtte het literaire tijdschrift Het Cahier op, dat later gecontinueerd werd door Ben Klein. Vooral op het vlak van avant-garde theater (Dom. De Gruyter, Julienne de Bruyn en Walter Tillemans) vervulde De Nevelvlek een bijzonder belangrijke maar nog altijd onderbelichte speerfunctie.

KAHIER.jpg

Vanaf 1957 werd het redactiesecretariaat van Het Cahier (later: Het Kahieren Het Kahier X)waargenomen door Fr. De Wispelaere (alias Ben Klein). De lectuur van het tijdschrift (en wellicht vooral van Kleins bijdrage 'Contra Claus, Snoek en Brulin')ontlokte Claus een tweede notitie waarin zijn soms ambigue houding tegenover het begrip 'avant-garde' centraal staat.

'Een zekere Ben Klein in Het Cahier ergert mij ook zozeer dat ik gewoon pisnijdig ben. Door de klemtoon te leggen op het moderne – Arrabal zou nu ineens dé held zijn – , het onconventionele, raakt hij mij in zover dat ik het als bluf en zich ophijsen aan hedendaagse termen niet voldoende kan kelderen. Hij schrijft waarheid, ik wéét die ook, maar hij trekt alleen studentenconsequenties. Ik trek er geen. Mijn weg is moeilijker. Veiliger ook.'

Hier werd al vaak de aandacht gevestigd op het oeuvre van Ben Klein. Hij is nog altijd alive and kicking en zijn elektronisch verspreide tijdschrift HA bewijst dat zijn integere, onvermoeibare gedrevenheid niet de minste tekenen van slijtage vertoont... (Wie HA (gratis) wil ontvangen richte zich tot ftf.vermeulen@gmail.com.)

NEVELVLEK-copie-1.jpg

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift wijdde een volledig nummer aan 'De Nevelvlek. Parijs aan de Schelder. Antwerpen 1950-1958' (jg. 15, nr. 57, winter 1997) en focuste op de 'Drie Musketiers': Fernand Auwera, Jan Christiaens en Hugo Raes (jg. 17, nr. 65, winter 1999). Twee zonder meer onmisbare afleveringen.

In de Mededelingen van het CDR werd Jan Christiaens herdacht door Henri-Floris Jespers (nr. 147, 27 november 2009, pp. 3-6) en door Fernand Auwera (nr. 148, 30 november 2009, pp. 2-3). Ook Ben Klein kwam in Mededelingen bij herhaling aan bod. Zie ook, wat hem betreft, de onvolprezen website 'Schrijversgewijs': http://schrijversgewijs.be/schrijvers/klein-ben/

*

Wie zal zich nu eindelijk wagen aan een monografie over de metamorfosen van het tijdschrift Het Cahier?

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche