Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
17 décembre 2014 3 17 /12 /décembre /2014 23:16

 

Simon-Stone.jpg

Simon Stone

In 1978 verscheen de minder bekende film van Jules Dassin [1911-2008] A dream of Passion. Melina Mercouri speelt Maya, die het titelpersonage vertolkt in het toneelstuk Medea van Euripides. Ter versterking van haar inleving gaat ze op zoek naar Brenda Collins, gespeeld door Ellen Burnstyn, een vrouw die in de gevangenis zit voor de waargebeurde moord op haar eigen kinderen om haar man te straffen voor zijn ontrouw. In de Medea-versie van Dassin wordt voortdurend gewisseld van het repetitieproces naar de werkelijkheid, ook al is die resultaat van zijn verbeelding als scenarist.

In opdracht van het Toneelhuis schrijft Tom Lanoye een toneelstuk dat in een regie van Gerardjan Rijnders als Mama Medea in première ging op 6 september 2001 in het huistheater van het gezelschap, de Bourlaschouwburg in Antwerpen. De Nederlandse première vond plaats op 20 september van datzelfde jaar in de stadsschouwburg van Amsterdam. Zowel Jason [de man] als Medea [de vrouw] vermoorden, op een zoveelste hoogtepunt van hun dispuut over zijn ontrouw, een kind. Beiden zijn dus even schuldig aan de vechtscheiding. Dit in tegenstelling tot het origineel waar Medea de twee zonen vermoordt.

Zowel Jules Dassin als Tom Lanoye hebben dus een eigen toets aan het stuk gegeven. De versie van Simon Stone heeft geen eigen invalshoek, tenzij je vindt dat een hedendaagse setting dat is, maar dan moet je toch al heel lankmoedig zijn. De productie oogt fraai, verrassen doet hij geen moment. De Australische acteur, schrijver en regisseur tilt het verhaal uit het verleden naar het heden en geeft de personages moderne namen. Het is geen radicale bewerking, zoals het programmaboekje de toeschouwer wil laten geloven. Wie het verhaal kent, en welke toneelfan kent het niet, ziet de voorstelling als een familiedrama, zoals er iedere week in elk land wel een paar zijn. De mens is er zo gewoon aan geworden dat hij van het krantenverslag hooguit de in vet gezette eerste alinea leest. Tenzij hij een ramptoerist uit medialand is. Maar dat soort mensen gaat niet naar het theater.

De inhoud heeft dus weinig om het lijf, de vorm wat meer, al is die nu ook niet om over naar huis te schrijven. Een witte ruimte zonder enig attribuut, waarin de acteurs in doordeweekse kledij het drama wind, regen, zon en stroming geven. Een roeping van Stone als regisseur lijkt het wel, alle macht aan de acteurs. Kan goed, kan bloed zijn, maar dan moet je met een sterke cast uitpakken. En dat is in deze versie niet het geval. Marieke Heebink als Anna [Medea] speelt uitmuntend, zonder echter een extra laag toe te voegen aan haar status van steractrice. Hetzelfde geldt voor Aus Greidanus jr., die helaas de rol moet spelen van haar man Lucas, een sukkel, die niet uit zijn woorden geraakt omdat hij geen zinnige gedachte, niet eens een geloofwaardige leugen kan verzinnen.

Gaite Jansen steekt in haar rol als minnares Clara [Glauce] potjeserotiek. Het is duidelijk dat Lucas’ liefde er enkel is omdat zij de dochter van de baas is. Al is zij dat, moet zij echter toch wat meer hebben dan het karakter van stalagmiet, want ambitie slikt veel maar niet alles. Als de dochter van de baas een ijskegel is, zoek je een andere weg om je doel te bereiken. De baas, Christopher, wordt gespeeld door Bart Slegers. Hij doet dat zeer naturel met een geloofwaardige inleving. De kinderen doen hun best, maar met een regisseur in betere doen hadden zij hun rol charme en jeugdige speelsheid kunnen geven. Nu blijven zij steken in vlak spel. Wat jammer is, want hun enthousiasme om te spelen is oprecht. Over de andere acteurs geen kwaad of goed woord, ze zouden maar hol klinken. De regisseur heeft de acteurs kortweg gezegd weinig te eten en te drinken gegeven.

Terug naar het concept, vorm en inhoud. Als even over de helft zwarte sneeuw op het middelpunt van het speelvlak neerdwarrelt en een heuvel vormt, weet de toeschouwer al hoe de voorstelling zal eindigen. De tekst in het programmaboek vraagt niet om verbeelding. De zwarte sneeuw is roet. De moeder en haar twee zoons komen erin te liggen. Wat ook en detail wordt verteld in het programmaboek. De moeder steekt het huis in brand, bij nacht, als de kinderen in haar armen slapen. Het is de enige literaire en theatrale inbreng van Simon Stone. De vrouw uit het waargebeurd verhaal uit 1995, Debora Green, zit anno 2014 al achttien jaar in de gevangenis.

Om het verhaal, de vorm en de inhoud te kennen is het programmaboek voldoende. De voorstelling zelf brengt niks extra bij, en dat is toch wat de toeschouwer mag verwachten. Dat hij meer krijgt dan wat er gedrukt staat. Wat de toeschouwer ziet is een Medea zonder benen of krukken.
Correctie, er is een toegevoegde waarde. Het spel van Marieke Heebink. In het origineel, en alle varianten van het ruim tweeduizend jaar oude stuk is Medea de centrifugale kracht. In de versie van Simon Stone is zij dat als Anna ook, maar zonder zijn inbreng.

Guido LAUWAERT

 

MEDEA – tekst en regie Simon Stone – productie Toneelgroep Amsterdam – t/m 28 maart 2015 – www.tga.nl

Partager cet article
Repost0
17 décembre 2014 3 17 /12 /décembre /2014 04:49

 

901353_497137310393313_1185578876_o.jpg

Tot en met 15 januari 2015 wordt een greep uit het werk van Leen Tanghe tentoongesteld op een prachtige locatie, Le Louis XV, Wolvendaellaan 44 in 1180 Ukkel.

75048_357572757683103_259939303_n.jpg

Over de kunstenares zie:

https://www.facebook.com/leentanghe.art

Over het concept van Le Louis XV zie:

http://louisxv.be/

Openingsuren restaurant: 12u – 14.30u en 18.30u – 22.30u, uitgezonderd op zondag (uitsluitend van 12u - 14.30u).
Openingsuren café-brasserie: 14.30u - 18u.
Gesloten op maandag.

Partager cet article
Repost0
16 décembre 2014 2 16 /12 /décembre /2014 21:22

 

LPBoon.jpg

L. P. Boon

In aflevering 238 van de Mededelingen van het CDR (20 oktober 2014) werd de publicatie gesignaleerd van het laatste nummer van het tijdschrift Boelvaar Poef. De “gewezen redactieleden” van het tijdschrift maakten bekend dat ze zorg gingen dragen voor de voortzetting van de uitgave van de 'Boontjes' die LPB van eind 1959 tot en met januari 1978 vrijwel dagelijks schreef voor het dagblad Vooruit. De uitgave in boekvorm werd begin deze eeuw door uitgeverij Houtekiet gestaakt, nadat de subsidie van het Vlaams Fonds voor de Letteren wegviel. De laatste uitgebrachte bundel bevat de Boontjes van 1967. Het Louis Paul Boon Genootschap “hoopt” eind 2014 het deel te presenteren met de Boontjes uit 1968. Het is nu zover: aan de acht reeds verschenen delen (1959-1967) wordt nu het negende deel toegevoegd.

De Boontjes  vormen een oeverloze rivier van rond de 7.000 bladzijden, een gestage meanderende stroom van dagelijkse overpeinzingen over Boons leven en werk.

Het Boon Genootschap neemt de uitgave van de resterende delen op zich omdat de Boontjes  het enige nog nooit uitgebrachte volumineuze deel van Boons oeuvre vormen. Ze behoren absoluut tot het literaire erfgoed van het Nederlandstalige gebied.

De voortzetting van de reeks verschijnt op volstrekt identieke wijze als de voorgaande acht delen bij Houtekiet. In opdracht van het Genootschap brengen Uitgever Roelants [voorheen de Oude Mol] te Nijmegen en de Stichting Isengrimus te Utrecht jaarlijks een band uit met verantwoording onder leiding van Jos Muijres, Boonkenner en universitair docent bij de Opleiding Nederlands aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

De band Boontjes 1968 werd gelanceerd op zaterdag 13 december in Aalst, waar Boon werd geboren en het grootste deel van zijn leven heeft gewoond.

Net als in het tijdschrift Mededelingen van het CDR, werd ook op deze blog in de loop der jaren ruim aandacht besteed aan LPB (het volstaat zijn naam in te tikken in de rubriek “recherche”, column rechts, om een volledig overzicht te krijgen).

Hierbij alvast de link naar de post van 4 november 2012:

http://mededelingen.over-blog.com/article-boelvaar-poef-en-louis-paul-boon-genootschap-112083986.html

Louis Paul Boon: Boontjes 1968, band IX
Samenstelling en redactie: Jos Muijres, Gerard Raat en Elisabeth Salverda
ISBN: 978-90-815805-2-6
Uitgave: Roelants [voorheen de Oude Mol] - Nijmegen en Stichting Isengrimus –Utrecht
415 pag., gebonden, linnen met stofomslag, boekhandelsprijs 27,50 €

Distributie Nederland en België: Centraal Boekhuis

Partager cet article
Repost0
15 décembre 2014 1 15 /12 /décembre /2014 18:58

 

BBgrondplan14

Ter gelegenheid van de jaarwisseling 2014-2015 verscheen op verzoek van Bob Bakker Makelaardij te Bergen op Zoom de voorbeeldig vormgegeven bundel Grondplan.

De titel en het gedicht zijn van Bert Bevers, de tekeningen van Ron Scherpenisse.

Bert-Bevers-en-Ron-Scherpenisse.JPG

Bert Bevers en Ron Scherpenisse (december 2011)

Voor Bob Bakker Makelaardij mochten de twee goed op elkaar afgestemde kunstenaars de elegante bundels In de steigers, Scènes zonder nooduitgang, Sleutelbegrip, Monoloog van een Zolder en Bankvast maken.

 

www.bobbakker.com

www.bertbevers.com

www.ronscherpenissearchief.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
14 décembre 2014 7 14 /12 /décembre /2014 19:07

 

LEESWOLFlaatste.jpg

De Leeswolf, jaargang 20, nr. 4, september 2014

Het Vlaams Bibliografisch Documentair en Dienstverlenend Centrum wordt opgedoekt. Wat we zelf doen, doen we beter.

Vlabin-VBC is een documentatiecentrum voor de culturele sector en de bibliotheeksector in het bijzonder. De vzw werd opgericht in 1994 en is sedertdien het informatiepunt voor inhoudelijke, bibliografische en bibliotheektechnische ondersteuning. Met de tijdschriften De Leeswolf  en De Leeswelp  heeft Vlabin (die ook samenwerkt met De Stichting Lezen en de Nederlandse organisatie NBD/Biblion), naam en faam verworven.

Op 2 december maakte Vlabin bekend dat ze haar activiteiten noodgedwongen moet stopzetten, en dat de tijdschriften in 2015 niet meer verschijnen.

LEESWELPlaatste

De Leeswelp, jaargang 20, nr. 4, september 2014

Oorzaak? Wegens de door de Vlaamse regering opgelegde besparingen heeft Bibnet de “Overeenkomst 2014-2015 tussen Vlabin-VBC en Bibnet betreffende diensten” bij aangetekend schrijven van 24 oktober 2014 op korte termijn opgezegd. De opzegperiode loopt tot 31 januari 2015.

De projectorganisatie Bibnet, opgericht op 1 januari 2009 op initiatief van de Vlaamse overheid, is een vzw die de samenwerking tussen de Vlaamse openbare bibliotheken moet bevorderen en via een computernetwerk gemeenschappelijke voorzieningen aanbiedt die door de bezoekers van de betrokken bibliotheken geconsulteerd kunnen worden. Uiteindelijk is het de bedoeling een 'Digitale Bibliotheek Vlaanderen' uit te bouwen. Bibnet zet een aantal projecten voort die van 2000 tot 2008 in handen waren van het Vlaams Centrum voor Openbare Bibliotheken (VCOB).

*

De beslissing van Bibnet heeft een fatale impact op Vlabin. Alhoewel Bibnet twee catalografen van Vlabin vzw per 1 januari 2015 in dienst neemt om de voldoende snelle en relevante catalografie te continueren volstaat dit niet om in 2015 de kosten te kunnen dekken voor de activiteiten van de overige acht personeelsleden van Vlabin-VBC.
Door de opzegging van de overeenkomst verliest Vlabin immers niet alleen de helft van zijn inkomsten, maar daardoor kan ook geen nieuwe jaargang van
De Leeswelp en De Leeswolf  opgestart worden voor 2015, waardoor ook de inkomsten van abonnementen wegvallen. Tenslotte verliest Vlabin ook inkomsten van auteursrechten omdat er geen nieuwe recensies meer kunnen gemaakt worden. In totaliteit leidt de opzegging van de overeenkomst door Bibnet tot een verlies van ca. 80 % van alle inkomsten van Vlabin. Het bestuur heeft daarom noodgedwongen beslist om alle activiteiten stop te zetten en de vzw te ontbinden en vereffenen.

Daardoor verdwijnen niet alleen de onvervangbare tijdschriften (na 20 jaargangen...) maar zullen er ook vanaf 2015 geen nieuwe recensies meer op bibliotheek.be, de website van openbare bibliotheklen in Vlaanderen verschijnen.

*

Door het contract eenzijdig en in ijltempo te verbreken, heeft de directeur “operationeel management” van Bibnet de door de Vlaamse overheid opgelegde besparing volledig doorgerekend aan Vlabin. Dat de tijdschriften en de recensies verdwijnen is kennelijk bijzaak. De directeur “operationeel management' vindt blijkbaar inhoud (sorry, 'content' moet het zijn, want managers gebruiken graag een woordje Engels), niet belangrijk.

*

Beseft minister Sven Gatz dat Bibnet de opgelegde besparing op die manier doorgerekend heeft? En dat hij aldus indirect mee verantwoordelijk is voor het verdwijnen van twee onmisbare recensietijdschriften én van de besprekingen op de website van de openbare bibliotheken?

*

De directeur 'operationeel management' wist zeer goed wat de gevolgen van de contractverbreking zouden zijn: hij was immers tot op 28 november 2013 lid van de raad van bestuur en van de algemene vergadering van Vlabin. Hij kende dus de vzw van binnenuit en kon dus uitstekend de gevolgen van de contractverbreking inschatten. Dat lidmaatschap was trouwens een vraag/eis van Bibnet.

*

Aanvankelijk stond er – om het bibliotheekpubliek wat te sussen – op de website van Bibnet (http://www.bibnet.be/portaal/Bibnet/Open-Vlacc/Open_Vlacc/Werkorganisatie/) te lezen dat

'Bibnet regelde wel dat de meer dan 50.000 bestaande recensies blijvend kunnen gebruikt worden binnen Bibliotheekportalen'

en

'Bibnet neemt ook de rechten op SISO Vlaanderen over van Vlabin-VBC'.

*

Dat werd aangepast na protest van Vlabin en van de aangestelde vereffenaar. Volgens welingelichte bronnen is er inderdaad op dit moment nog geen enkele overeenkomst ondertekend. Is die overeenkomst er niet op 31 december dan moeten alle recensies van Vlabin – en dat zijn er zowat 50 000 ! – van de website van de openbare bibliotheken verdwenen zijn! Een sterk staaltje van operationeel management! Of de openbare bibliotheken en de gebruikers ervan daar beter zullen van worden is nog maar de vraag.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
13 décembre 2014 6 13 /12 /décembre /2014 19:50

 

Hans-Mellendijk.jpg

De eerste gedachte bij de onbewoond eilandkwestie is tropisch getint. Schuld hieraan zijn de klassieke eilandcartoons met wuivende palmbomen. Om ver weg te suggereren. Er klinkt exotisch getinte muziek door Ry Cooder uitgebracht, The Gabby Pahinui Hawaiian Band. Dan volgt al snel meer heimwee opwekkende muziek: I Want Youdoor Elvis Costello, Ne me quitte pas van Jacques Brel. Tot ik heel slim ‘out of the box’ denk aan de geweldige thema verzamelingen van Vic van de Reijt. Surivlaams! in het bijzonder. Liedkunst uit het Surivlaamse wereldrijk dat zich uitstrekt van Zanderij tot Zaventem. Gerrit Krol memoreerde al eens dat België hem zo deed denken aan Zuid-Amerika, o.a. het stukje zand tussen het erf en de straatweg. De voertaal op de 60 nummers is Nederlands maar ook weer niet. Ik vul de 3cd-box stiekem aan met een zelf gebrande schijf met Nedersaksisch en ander ontroerend streektaalgoed zoals Daniël Lohues, Ede Staal, Hans Keuper, Boh Foi Toch, Old Ni-js, Rowwen Hèze, Gerard van Maasakkers. Zo de muziek is geregeld. Bij film komen eerst Im Lauf der Zeit van Wim Wenders en The Last Picture Show van Peter Bogdanovich naar boven drijven.

Hans-Mellendijk-3.jpg

De eerste wissel ik toch maar in voor een box met alle Heimat-films van Edgar Reitz, dan zijn we met de proloog (Die andere Heimat) weer mooi bij de Zuid-Amerikaanse droom terecht gekomen. Als enige roman neem ik Verwoest Arcadië mee van streekgenoot Gerrit Komrij.

Hans-Mellendijk-4.png

De dorst naar poëzie zal met het verzamelde werk Dichter van Remco Campert gelaafd worden, afgewisseld met de meegesmokkelde verzamelde gedichten van H.H. ter Balkt: Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens.

Hans-Mellendijk-2.png

De beeldende kunst kan niet mee, te zwaar om mee te zeulen en niet bestand tegen de wisselende temperaturen en zilte nattigheid. Panamarenko Universum de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling biedt echter uitkomst. Het kloeke werk dat zich laat lezen als een spannend jongensboek geeft genoeg inspiratie. Indachtig de beschreven werken kan ik zelfs vluchtpogingen via zee of lucht ondernemen. Of anders met gejut aangespoeld koperdraad me toegang verschaffen tot de ether. Dan is alle informatie sowieso weer beschikbaar en kan ik eigenlijk alle hier eerder benoemde werken thuis laten.

Hans Mellendijk, Varsseveld


P.S. Mocht ik onverhoeds stranden in de poolstreken dan wissel ik Vics verzameling in voor Gaaphonger. De overwintering van Willem Barentsz op Nova Zembla in brasspunk uitgevoerd zoals alleen De Kift dat kan.

Partager cet article
Repost0
12 décembre 2014 5 12 /12 /décembre /2014 20:04

 

Scan0001.jpg

Een fijne nieuwe bundel is Thorleif  van de productieve Job Degenaar. Vijf jaar geleden zag Handkussen van de tijd  het licht, een bloemlezing uit zijn eerste zeven bundels, die een jaar later reeds een tweede druk beleefde. Kom daar nog maar eens om in de poëzie.

Eerder dit jaar verschenen de drietalige poëziebloemlezing Achtzig  van de 80-jarige Duitse dichter Reiner Kunze, waarvan hij de samenstelling en de Nederlandse vertaling voor zijn rekening nam, en het beeldverhaal Het orakel van Parijs, dat hij schreef bij illustraties afbeeldingen van Monica Maat.

Voor Thorleif  liet de sympathieke Degenaar (° 1952) zich inspireren door fascinerende tijdsbeelden die dik een eeuw geleden werden gemaakt door de naar de Verenigde Staten geëmigreerde Noorse fotograaf Thorleif Sverre Pedersen Cooke (1878-1950). Die Engelse achternaam dankte hij aan Mary Jane Cooke uit Cambridge, Massachusetts, een kinderloze weduwe die hem adopteerde toen hij nota bene reeds 31 was. Zij liet hem een vermogen na, hetgeen hem in staat stelde te reizen en te fotograferen. Degenaar raakte in de ban van wat Thorleif zoal op droge glasplaat vastlegde, en schreef er 20 gedichten bij. Het is immer een heikele onderneming om iets te schrijven bij bestaand beeld, maar Degenaar is er schijnbaar moeiteloos in geslaagd om tot autonome verzen te komen, die je toch net weer iets anders leest wanneer je de foto’s bekijkt die er de aanleiding toe waren.

Scan0004.jpg

Bij een opname van de fotograaf (die geregeld met de zelfontspanner in de weer was) met zijn zus en verloofde op Revere Beach Boulevard (het eerste openbare strand) schreef Degenaar Nu en hier: Geen grotere uitzinnigheid / dan vrij het water in, de oceaan / is eindeloos als dit leven hier // Straks is alles passé, ben je / een schim van wie je was / blader je met bevende vingers // door je droge plaatjes, blijft / je hand hier even dralen: ach / hoe mooi en bitter lang geleden.

Verder zetten door Thorleif vereeuwigde automobielen, zeppelins, vliegtuigen en spoorwegarbeiders de pen van de dichter in beweging. Maar ook stadsgezichten van New York, indianen en het huis waarin de fotograaf woonde.

Scan0003.jpg

Ontroerend mooi is de Optocht der olifanten, een gedicht dat eindigt met En niemand van ’t geamuseerd publiek / die hun radeloosheid voelde // toen ze verdreven werden / uit hun bossen, hun zachtgroene steppen / en naar dit stenen decor verscheept.

 

Met Thorleif  breidde Job Degenaar zijn oeuvre uit met een pareltje.

 

Bert BEVERS

Thorleif – Beeld en poëzie, Job Degenaar, Uitgeverij Liverse, Dordrecht, 2014, ISBN 9 789491 034442

Partager cet article
Repost0
12 décembre 2014 5 12 /12 /décembre /2014 18:29

 

Stuart2.jpg

In 1978 heb ik zes maanden bij Jules de Corte gelogeerd. In België was ik op de dool en na een kleinkunstoptreden ergens in Vlaanderen nam hij me mee naar zijn huis in Helenaveen. We zaten ’s avonds bij de kachel. Op een dag vroeg ik hem mij op eenvoudige wijze het verschil te verklaren tussen de Calvinistische en de Roomse levensstijl. Hij ging aan de piano zitten en improviseerde een wijsje met strakke akkoorden. ‘Dat is de Calvinistische,’ zei hij. ‘En nu de Roomse.’ Waarop hij het wijsje opnieuw speelde met een overdaad aan krullen en kantwerk.

Ivo van Hove heeft in wezen hetzelfde gedaan met Maria Stuart. Het toneelstuk van Friedrich Schiller [1759-1805] uit 1800 is koel en droog. De vertaling van Barber van de Pol, bewerkt door Jan Peter Gerrits, heeft het stuk berenkoud en kurkdroog gemaakt. Regisseur Ivo van Hove, bijgestaan door vormgever Jan Versweyveld, liep nog een stuk verder. Zij maakten van de voorstelling een schilderij van Piet Mondriaan zonder kleuren. Taal en beweging zijn een geometrische abstractie die slechts bij momenten – haast onhoor- en onzichtbaar, op het einde na – van kleur en klank verschillen.

The Fountainhead, Van Hove’s vorige regie, en Maria Stuart tegen elkaar laten boksen, is dan ook een bewijs van onvermogen. Nochtans is het heel simpel om de clash tussen het Calvinisme en het Roomse te zien. Het verschil tussen Anglicaans en Rooms is een bijkomende factor, zoals dat nu eenmaal de gewoonte is bij conflicten van alle rangen en standen. Het conflict bij Maria Stuart zit hem in de politieke handel en wandel. Als Maria Stuart koningin van Engeland en Schotland wordt zal het een vazalstaat van Rome worden, en de baas boven baas wordt de paus. Blijft Elizabeth koningin van Engeland en krijgt ze er het wingewest Schotland bij, wordt het Britse rijk geboren, en het is daar waar het Elizabeth om te doen is. Zij schaakt beter dan Maria Stuart, en de hovelingen die van kamp wisselen naargelang de wind waait.

tuart.jpgElizabeth voorstellen als iemand die koppig een vonnis ondertekent, maar spijt heeft over de executie is des Pilatus. De procurator weet wat hem te doen staat, hij beslist, maar schuift de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van zijn beslissing af op anderen. Dat botsen en blijven botsen tussen beslissing en de uitvoering is eigen aan alle mensen, of ze jong of oud zijn, slim of dom, rijk of arm. Het krachtigst wordt dit verwoord in de slotclaus van de 1stescène van Macbeth: ‘Fair is foul, and foul is fair.’ Burgersdijk vertaalt de zin als ‘Schoon is boos en boos is schoon’, terwijl Willy Courteaux hem anders interpreteert: ‘Goed is kwaad en kwaad is goed’. Elke vertaler heeft een eigen kijk op de zin der zinnen van dit Schotse koningsdrama, maar hoe de vertaling of kijk ook is, de betekenis blijft altijd dezelfde: Duister is Helder en Helder is Duister… binnen het denken. Het verstand is een lastige, brutale jongen.

De muziekkeuze in de versie van Ivo van Hove – we zijn weer bij Maria Stuart – is tevens veelbetekenend. Hard waar het Engelse aan bod komt, dartel bij het Schotse. Het streepje Bach en het Gregoriaans zijn geen tussendeuntjes om tegengewicht te bieden aan het elektronisch repetitieve. Al lijkt het wel zo, toch is er in de muziekevolutie geen stijlbreuk, onlogische ontwikkeling. De evolutie wordt extra benadrukt door de structuur van de kostumering. De esthetica is een bepalende factor. Geen moment is er een element dat storend werkt op de contrapuntische constructie van taal en beeld. Daarenboven: de bewegingen zijn hoekig bij Elizabeth en bij Maria Stuart cirkelend. De bijkomende factor, eerder genoemd, Anglicaans versus Rooms, is het behangsel van de muren van dit bouwwerk in lineair perspectief.

stuart-drie.jpgZelfs de onthoofding van Maria Stuart is tekenend voor de politieke situatie. Friedrich Schiller benadrukt dat haar hoofd maar rolde na de derde slag. Ivo van Hove laat de onthoofding niet zien maar horen. Hij wordt verteld. Koud en naakt. M.a.w.: zoals vroeger de aanvang van een voorstelling met drie slagen werd aangekondigd, kondigen de drie slagen in de versie van Schiller en Van Hove het begin aan van het Brits Imperium. Elizabeth staat aan het slot niet eenzaam op het toneel, maar als een standbeeld met ingemetselde gevoelens.

Dat Chris Nietvelt Elizabeth speelt en Halina Reijn Maria Stuart is de logica zelf. Het karakter van Chris Nietvelt is Engels, die van Halina Reijn Schots. Zoals ikzelf ooit meegemaakt heb in Londen: Een Engelsman trok zijn afgezakte broek pas op nadat hij uitgesproken was. Vorig jaar zag ik een Schotse dirigent tijdens een concert in Gent voortdurend zijn broek optrekken. Tot groot [stil] jolijt van het publiek én de muzikanten.

Dat Shrewsbury en Kennedy, Schotse hovelingen, door Vlamingen gespeeld worden is [alweer] niet toevallig. Van Hove laat niets aan het toeval over.
En na al dat fraais ga ik iets minder leuk zeggen. Matteo Simoni [Mortimer] past niet in deze productie. De uitspraak van mijn landgenoot beschadigt mijn al verzwakt gehoor en zijn stap, ik zal het maar beschaafd houden en is daarom te zwak uitgedrukt, onesthetisch. Zijn plaats is in een revue op de boulevard.
Maar goed, dat kan de pret niet drukken van deze bijzonder streng literaire, en mede daarom meesterlijke voorstelling. Meer decor zou een vloek geweest zijn. Meer is minder en minder is meer.

Guido LAUWAERT

 

MARIA STUART – Toneelgroep Amsterdam & Toneelhuis – t/m 28 maart 2015 in Nederland en België – www.tga.nl& www.toneelhuis.be

Partager cet article
Repost0
11 décembre 2014 4 11 /12 /décembre /2014 13:50

 

Philippe-Cailliau-leest-voor.JPG

Philippe Cailliau leest voor

Woensdagavond 10 december vond in Galerie Martin Van Blerck aan de Mechelsesteenweg in Antwerpen een poëzieavond plaats. Die was belegd door Paul Van Dessel, die daar momenteel exposeert. Het publiek kon luisteren naar Willem M. Roggeman, Guy van Hoof, Paul Van Dessel zelf, Philippe Cailliau en Richard Foqué. Ook Frank Decerf zou eigenlijk optreden, maar die bleek door griep aan huis gekluisterd. Onder de aanwezigen onder meer Hartmut De Maertelaere, Pierre Magis, Mieke Robroeks, Tony Rombouts en Gerrit Westerveld.

Richard-Foque-aan-het-woord.JPGRichard Foqué aan het woord

Partager cet article
Repost0
11 décembre 2014 4 11 /12 /décembre /2014 11:03

 

Appel.jpg

Koningin Fabiola is dood. Ben ik daar blij om? Hoegenaamd niet. Ben ik daar bedroefd om? Al evenmin. Het is een van de vele berichten die ons dag na dag overspoelen. En die me soms wél beroeren, ja, heel diep beroeren zelfs. Zoals de moord op 14-jarige Béatrice Berlaimont. Of het verkeersongeval dat de 14-jarige Liezel Belmans uit Geel wegmaaide. Of alle ellende die moeder Van der Plaetsen te dragen kreeg. Of de levensberoving van Tibeautje Vanhauwaert. Of het kaalhoofdige Dorientje van twee straten verder dat in het kinderkankerziekenhuis ligt te wachten, te bidden, te hopen, te vechten. Of de 4-jarige Bennet die tussen zijn chemosessies door met de hulp van zijn mama een briefje schrijft naar zijn klasgenootje: "Je bent zo mooi als een lieveheersbeestje. Wil je kaas bij mij komen eten?" Zulke tijdingen ontroeren mij tot tranen toe. Maar de dood van een bejaarde ex-koningin, met wie ik nooit enige fysieke of geestelijke band heb gehad? Laten we zeggen dat het mij onverschillig laat. Wat echter nog geen reden is om aan het schelden te gaan, zoals al te vaak gebeurt in de sociale media. Is het niet betamelijker én vruchtbaarder tot de kern van de zaak komen?

Aldus… Dat van die bijenkorf op Fabiola's hoofd, dat van die manoeuvres om haar rijkdom (bestaande uit Belgisch belastinggeld) naar Spanje te versluizen, dat van die vriendschap met "el Caudillo de España por la Gracia de Dios" Franco (die een notoir Hitler- en Mussolinifan was), dat van het gesjoemel omtrent het klooster van Opgrimbie, dat van de talrijke vakanties in het buitenland, dat is allemaal waar, even waar als de ingefluisterde grap met het appeltje van Willem Tell. Maar het zijn slechts symptomen. Symptomen van de Belgische ziekte om in de 21e eeuw nog altijd een middeleeuws koningschap te huldigen. Als we nu eens begonnen met dààr komaf te maken en België op een moderne d.i. republikeinse leest te schoeien.

Uiteraard zou dat ook voor de berooide staatskas een slok op de borrel maken. Tot aan de hervormingen in 2013 kreeg Fabiola van de spaarzame Belgskes zo maar even 1 463 000 euro. Wat volgens haar boekhouder juist voldoende was om rond te komen: 25 171 euro voor gezondheidskosten (die de laatste jaren wel behoorlijk opgelopen zullen zijn, vermoeden we), 28 851 euro voor garage en auto, 36 800 euro voor administratie, 47 692 euro voor verzekeringen en 'allerlei', 59 468 euro voor huishoudelijke uitgaven, 60 038 euro voor energie, 83 904 euro voor onderhoud, 87 144 euro voor reizen en bezoeken, en 1 033 932 euro voor personeel (Bron: Gazet van Antwerpoen, 31.01.08).

Voeg daarbij de staatsuitgaven voor veiligheid (264 agenten en militairen), verwarming en verlichting van allerlei kastelen en verblijven, geschenken voor prominenten, vliegreizen (waarvan de helft vakantietripkes) en eretekens bij officiële reizen, en we komen aan een jaarlijkse Coburgse kostprijs van 55,67 miljoen euro, hetzij 2 miljard 245 miljoen 698 duizend oude befkes (ofte 152 520 euro hetzij meer dan 6 miljoen oude befkes per dag).

In 2013 is er wel wat geknabbeld aan de koninklijke dotaties (die in het crisisjaar 2012 nog met 3% omhooggegaan waren!). Zo kreeg Fabiola in plaats van 1 463 000 euro voortaan nog maar 461 500 euro, waardoor ze ongetwijfeld op haar 25 personeelsleden en kapper moest bezuinigen. En Albert, die op het einde van zijn regeerperiode gewend was aan 11,5 miljoen euro, krijgt 'nog maar' 923 000 euro – bestaande uit een jaarloon van 180 000 euro, waarop hij persoonsbelasting moet betalen, en 743 000 euro jaarlijkse werkingskosten, waarop hij btw en accijnzen moet betalen. De arme man (aangespoord door zijn eega?) heeft uiteraard gereclameerd tegen die ondankbare behandeling en gevraagd dat wij, Belgskes, tenminste het onderhoud en de verwarming van zijn residentie kasteel Belvédère en de brandstof van zijn koninklijke jacht zouden willen betalen. Waarop wachten wij toch om de armlastigen bij te staan in hun zorg voor het dagelijks brood?

Frans DEPEUTER

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche